“We maken weer een dorpsplein…!” door Drs. Chris Oerlemans

In de zomer van 2015, midden in mijn termijn als voorzitter van IKV Ondernemend Vlaardingen, hadden wij als bestuursleden van onze ondernemersvereniging regelmatig discussies met andere belanghebbenden in Vlaardingen over operationeel-tactische vraagstukken over het lokale ondernemersklimaat. Hoe blijven onze bedrijven bereikbaar? Hoe zorgen we dat we straks, na de crisis, voldoende gekwalificeerd personeel kunnen vinden? Hoe verzorgd zijn onze bedrijfsterreinen en wat is een logische ruimtelijke ordening van de bedrijvigheid aldaar? Wat vraagt de stad van ons en wat mogen wij van de stad vragen?
In enkele gevallen werd duidelijk in gesprekken met de gemeente, maatschappelijke organisaties en onderwijsinstellingen dat het ontbrak aan een heldere gedeelde visie op de toekomst van Vlaardingen op het gebied van wonen, werken en leren, zowel binnen als tussen die maatschappelijke ‘bloedgroepen’.

Koffie met de buren

Als paddenstoelen schoten initiatieven uit de grond om die visie te bieden: de gemeente lanceerde de Stadsagenda, de Maatschappelijke Kring Vlaardingen werd gevormd en tal van initiatieven van Vlaardingers (in het kader van burgerparticipatie) waren in opkomst. Het zou goed zijn als wij ook een visie vormen op Vlaardingen, meenden wij bij de IKV. Maar laten we dat niet alleen en alleen voor Vlaardingen doen. Na een kop koffie bij de buren, nu de ondernemersvereniging Schiedam Havens, werd duidelijk dat zij ook dezelfde behoefte hadden. En dat gold ook voor ondernemersvereniging MOVe uit Maassluis.

Behoefte aan dorpsplein

Na een aantal ‘voeten op tafel-gesprekken’ realiseerden wij ons dat het er wat ons betreft niet zozeer om ging wat de economische strategie precies zou zijn, als er maar een strategie zou zijn die breed gedragen zou worden. Als de vier bloedgroepen: ondernemers, overheden, onderwijs-/kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties (de zogenaamde ‘quadruple helix’) meer zouden samenwerken bij het aanjagen van welvaartsgroei, zou dat veel van de  stroperigheid in ons streven naar voortuitgang kunnen wegnemen. Kortom, we hebben weer een dorpsplein nodig waar verbinding wordt gemaakt tussen economische sectoren en de quadruple helix. Geen instituut, maar een georganiseerde beweging. Benaderbaar en inclusief. Gericht op het steunen van ‘grassroots’ / ‘bottom up’ projecten in het heden, en tegelijkertijd top-down gericht op efficiëntie en samenhang in de toekomst. En niet onbelangrijk: met duidelijke spelregels over wat samenwerking en ‘commitment’ is.

‘Position paper’

Tijdens een expert meeting van de Economische Adviesraad Vlaardingen (EAV) in 2016 circuleerde de werktitel ‘Riverboard’, hetgeen zijn weg vond in het EAV-advies ‘Van profileren naar profiteren’. Voor de drie ondernemersverenigingen was dit de spijker op de kop. Samen met de drie Waterweg-gemeenten werkten de ondernemersverenigingen het idee in 2017 verder uit waardoor het enthousiasme nog verder toenam. De ‘position paper’ die dat onderzoekstraject opleverde, wordt goed ontvangen.

Wild idee

Wat mij betreft vormen we in de regio een ‘coalition of the willing and able’ om te experimenteren met een wild nieuw idee: we maken weer een dorpsplein en het heet ‘de Riverboard’!